‘Waarom alleen critici aan het woord over HILL? Daarom’

Zaterdag 24 februari schreef de Volkskrant hoe bij verschillende opleidingen van Fontys Hogescholen onderweg naar het nieuwe leren het onderwijs zoek raakte. In het artikel leggen al dan niet geanonimiseerde (oud-)docenten en -studenten uit wat er allemaal fout is gegaan. Hoe nieuw onderwijs er in relatief korte tijd ondoordacht doorheen is gedrukt zonder dat met kritische kanttekeningen van veel betrokken docenten rekening is gehouden. De verdediging van het Fontysbestuur in reactie daarop, komt er in feite op neer dat de Volkskrant onvoldoende hoor en wederhoor is toegepast en dat niet over docenten en/of studenten met positieve ervaringen is geschreven. In het artikel zouden ook feitelijke onjuistheden staan, maar die benoemt het bestuur niet. Op sociale media laten sommigen weten blij te zijn met deze actie van het bestuur: “Het is onvolledig. Er is geen/onvoldoende hoor en wederhoor toegepast.“ “Bij ons wordt er helemaal niets doorgedrukt.” “Ik herken me hier niet in.” “Eindeloos veel hoorcolleges en kennistoetsen zijn niet meer van deze tijd.“ “De discussies die ik voorbij zie komen op (social) media lijken twee kanten op te gaan; je bent of voor onderwijsvernieuwing of tegen.” “Er zijn geen positieve ervaringen opgenomen.” Wat die positieve ervaringen betreft, appte een oud-collega me: “Waarom zijn alleen slachtoffers aan het woord gelaten? Sommige huizen staan nog overeind hoor.” Verreweg de meeste van deze opmerkingen komen van managers en onderwijskundigen die bij het ‘nieuwe’ onderwijs zijn betrokken. De Pavlovreactie wanneer een uitkomst niet bevalt en je niet echt over de inhoud wil praten.

Studentenbelang
Ik ben een van de geïnterviewden, voormalig docent bij de Juridische Hogeschool Avans & Fontys (JHS). Ik werkte mee, omdat ik vind dat het belang van de studenten, overwegend jongvolwassenen, is geschonden. Met het onderwijs op basis van onder meer HILL mag in het deeltijd en duaal onderwijs worden geëxperimenteerd van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, omdat het oudere studenten met meestal basiskennis en basisvaardigheden wat betreft de studie betreft. Nu is het uitgerold over nietsvermoedende eerstejaars voltijdsstudenten, meestal jonge mensen zonder kennis van en ervaring met het recht. Ik ben erover in gesprek geweest met collega’s, met meerdere directieleden en ik heb het vastgelegd in het ontwikkelverslag in mijn personeelsbestand. Vele collega’s hebben diezelfde gesprekken gevoerd en hebben kortere of langere mails geschreven. Ze hebben discussies met directie en projectteam gevoerd op studiemiddagen. Zowel voor als tijdens de introductie van het nieuwe onderwijs. Niets van dat alles heeft tot maar een serieuze aanpassing geleid. Het weerwoord kwam er in feite steeds neer op dat het tijd nodig had, maar dat de docenten het dan ook zouden snappen. De Diederik-Samsommethode: als je het niet met me eens bent, leg ik het nog een keer uit, net zolang totdat je het ook snapt. Ik ben door dit proces vertrokken. De rigide wijze waarop HILL is geïmplementeerd, was de laatste de druppel. Docenten mochten niets meer uitleggen (anders zouden studenten hen na-apen) en taal- en vaardigheden docenten staan ook op juridische ‘vakken’; kennis kun je immers opzoeken. Na mijn vertrek schreef ik de raad van bestuur van mijn opleiding een brandbrief, gebaseerd op mijn eerdere verslag. Het antwoord hierop was een korte reactie dat het bestuur alle vertrouwen in de directie had en dat het jammer was dat ik de brief niet aan de directie had geschreven, negerend dat ik schreef dat ik de brief op mijn ontwikkelverslag had gebaseerd. Ik trek de negatieve ervaringen van de andere geïnterviewden niet in twijfel. Ik heb van docenten, ouders en studenten van andere opleidingen (en van andere scholen) reacties ontvangen dat zij de situaties herkennen die in het artikel staan. Eerder ontving ik ook reacties uit het werkveld van opdrachtgevers die opdrachten aan eerstejaars studenten gaven. Zij uitten hun zorgen over het gebrek aan (basis)kennis van de studenten. Studenten die na het behalen van hun propedeuse zijn overgestapt naar een andere school constateren daar dat ze basiskennis missen.

Van bottom-up naar top-down
Er is bewust gekozen om de docenten niet vooraf te betrekken bij de beoogde wijziging van de onderwijsopzet en de tijd om een totaal ander onderwijs neer te zetten was zeer kort. Elke kritische kanttekening, hoe miniem ook, werd terzijde werd geschoven. Vaak ook met dezelfde dooddoener als hierboven genoemd: hoor- en werkcolleges en kennistoetsen zijn niet meer van deze tijd. Collega’s die openlijk kritisch bleven werd publiekelijk gezegd beter te zwijgen, omdat ze niet bij workshops van Dochy over HILL-onderwijs waren geweest. Een goed functionerende bottom-uporganisatie waarin de medewerkers het vertrouwen kregen, is veranderd in een slecht functionerende top-downorganisatie met tunnelvisie als een van de belangrijkste symptomen. Bij de meest recente accreditatie van de JHS in 2019 zei de visitatiegroep dat de JHS niet alleen een voorbeeld was van goed onderwijs, maar de norm voor elke hbo-opleiding in Nederland. Men adviseerde het goede te bewaren en alléén te verbeteren wat nodig was en daarbij de medewerkers te betrekken. Met dit advies is niets gedaan. Alles wat goed was is weggegooid, inclusief het door de jaren heen zorgvuldig en in samenspraak met het werkveld opgebouwde onderwijsmateriaal. In korte tijd is de reputatie van een kwalitatief hoogwaardige opleiding te grabbel gegooid.

Criticasters zijn niet tegen verandering
Geen van de geïnterviewden is tegen vernieuwingen of veranderingen an sich. Toch is dat steeds wat criticasters voor de voeten wordt gegooid. Makkelijk, want dan hoef je niet inhoudelijk op hun kritiek in te gaan en kun je ze wegzetten als onveranderlijke dinosaurussen, vastgeroest in achterhaalde opvattingen. Deze dooddoener doet niet alleen geen recht aan de desbetreffende docenten, ze doet evenmin recht aan de onderwijspraktijk. Die is al sinds jaar en dag veel meer divers dan al die passanten willen doen voorkomen. Onderwijs op de (meeste) hbo-opleidingen bestaat allang niet meer (alleen) uit hoor- en werkcolleges. Kennis en vaardigheden worden allang niet meer (alleen) getoetst via kennistoetsen. In de minors in het laatste studiejaar werken studenten overwegend zelfstandig aan opdrachten, individueel en in groepjes, vaak in opdracht van het werkveld. Hbo-opleidingen werken samen met het werkveld, vragen om input, maken gebruik van het werkveld voor stageplaatsen, gastsprekers, bezoek aan bedrijven en organisaties, als opdrachtgever voor studenten die daarop worden beoordeeld, kortom een heel arsenaal aan manieren waarop docenten bijdragen aan het leerproces van studenten. En dat allemaal zonder dat HILL of Dochy daar een rol in speelden.

Geen opleiding is hetzelfde en geen enkele onderwijsmethode, model of hoe je het ook wil noemen, is geschikt om overal op dezelfde manier te worden ingezet. Verandering van spijs doet eten, maar vernieuwing om de vernieuwing zelf is niet het antwoord. Vernieuwing is een middel, verbetering is een doel. Voor die verbeteringen heb je de docenten nodig. Betrek ze erbij en luister naar hen.

Dit opiniestuk verscheen ook op Bron, het onafhankelijke nieuwsmedium van en voor Fontys Hogescholen.

Plaats een reactie