Ik ben voor de afschaffing van staten, maar ik realiseer me dat dit mijn leven en dat van de eerstkomende generaties na mij niet gaat gebeuren. Een gewelddadige revolutie zie ik niet zitten, omdat dan hetzelfde soort manipulerende, machtswellustige en vaak ook gewelddadige types (meestal mannen) komt bovendrijven als in iedere staat na iedere revolutie.
Tot die tijd ben ik dan ook een groot fan van de democratische rechtsstaat. Een staat waar de bevolking invloed heeft op wetgeving en bestuur van een land en waar de rechten van minderheden worden beschermd. Waar het recht van de meerderheid niet het recht van de sterkste is. En waar onafhankelijke rechters ook de staat aan de wet houden. Daarom ben ik niet voor gekozen rechters in een vertegenwoordigende democratie. Dezelfde meerderheid die (indirect) mee beslist over wetgeving, beslist ook al indirect mee over de uitvoering ervan door het bestuur. Mensen met belangrijke posities in het bedrijfsleven en daaraan verwante organisaties en steenrijke personen hebben een veel betere toegang tot die wettenmakers en de bestuurders. Als populistische schreeuwlelijken daarbij een sterkere rol krijgen, krijgen de schreeuwlelijken in de samenleving dat ook.
Ik ben voor rechters die daadwerkelijk onafhankelijk zijn van de andere staatsmachten en die niet partijdig zijn door verbinding met private organisaties en personen met geld en invloed. Die door extreemrechtse en populistische politici zo gehate niet-gekozen rechters. En dat is maar goed ook. Zodat die rechters de staat en diens vertegenwoordigers ook kunnen houden aan de eigen wetgeving of aan verdragen en Europese wetten die mede door Nederland zijn vastgesteld. Opdat ze mensen kunnen beschermen tegen inbreuken op hun fundamentele rechten en vrijheden en de meer kwetsbare mensen kunnen beschermen tegen de machtigen, of dat nu de staat is, het bedrijfsleven of rijke individuen. Om te voorkomen dat fundamentele rechten en vrijheden verdwijnen als de politieke wind tijdelijk uit een andere richting waait.
Om dat te waarborgen, moet er wel het een en ander verbeterd worden. Zolang die waarborg gebaseerd is op het onszelf op de borst kloppen vanwege onze rechtscultuur (zoals professor Jonathan Soeharno dat in ‘De mooiweerrechtstaat‘ noemt) en niet op constitutionele garanties, is er een reële kans dat de rechtspraak minder onafhankelijk en minder onpartijdig wordt in roerige tijden waarin opeenvolgende regeringen, parlementen en extreemrechtse en populistische politici dat ondermijnen. De invloed van de andere staatsmachten op de benoeming van rechters moet afgeschaft worden en de financiering van de rechtspraak moet echt onafhankelijk worden. Ook dient de mogelijkheid ongedaan gemaakt te worden dat leken in leidinggevende functies bij gerechten invloed kunnen uitoefenen op de praktijk van de rechtspraak, waarvoor emeritus hoogleraar Paul Bovend’Eert al vreesde. Niet alleen omdat gerechtsbesturen (al dan niet onder invloed van het ministerie van Justitie en Veiligheid) potentieel kunnen bepalen welke rechter welke zaken krijgt, maar ook omdat op sectorniveau leken die manager zijn druk kunnen uitoefenen op individuele rechters om een bepaalde lijn aan te houden (waarmee druk wordt uitgeoefend op de inhoud van de uitspraak) door te dreigen met overplaatsing naar een ander rechtsgebied of een andere locatie, tegenhouden van promotie en dergelijke. Omdat de lijn van de de individuele rechter bijvoorbeeld veel tijd en of geld kost, ook al is het juridisch de juiste weg.
Dat rechters binnen een rechtbank elkaar van hun gelijk proberen te overtuigen, hoort bij een gezonde rechterlijke organisatie, niet dat het management hier zich mee bemoeit.