De discussie over nieuwe vormen en methodes van onderwijs is niet nieuw. Samengevat onder de noemer “het nieuwe leren” zijn het leermethodes waarbinnen leerlingen en studenten zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen leerproces. Dat is eigenlijk een open deur, maar het zegt niets. Natuurlijk is de student zelf verantwoordelijk voor diens eigen leerproces, maar de docenten gaan over de inhoud. In de hbo-wereld is het nieuwe leren de Heintje Davids onder de favoriete activiteiten van onderwijsbestuurders.
Binnen dat nieuwe leren is kennis een steeds terugkerend thema. Door een “steeds sneller veranderende wereld” zou verwerving van kennis irrelevant zijn geworden, want die kan worden gegoogeld. Pedagoog Pedro De Bruckere zei daar recent dit nog over:
‘Hoe kan je inschatten of iets klopt, als je geen referentiekader hebt? Online vind je informatie, maar je hebt kennis nodig om die input om te zetten naar nieuwe kennis.’
Volgens onderwijsbestuurders en onderwijsgoeroes zouden 21e-eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken, communiceren en samenwerken belangrijker zijn. Bestuurders vergeten of negeren dat in vroegere eeuwen ook al werd samengewerkt en gecommuniceerd en dat dit in, ik noem maar wat, de staalindustrie en mijnbouw letterlijk van levensbelang was. Overigens is deze ontwikkeling ook in het belang van onderwijsbestuurders. Als functieomschrijvingen van docenten steeds generieker worden, hoeft men niet steeds specialisten aan te nemen. Een coach of procesbegeleider volstaat en de school hoeft minder mensen aan te nemen.
Ook in het middelbaar beroepsonderwijs hebben veel scholen voor deze nieuwe heilsleer gekozen. Maar als een jurist, een boekhouder en een automonteur allemaal op dezelfde generieke wijze worden opgeleid, is er geen onderscheid meer. Een diploma zegt dan niets meer; voor een toekomstige werkgever is onduidelijk wat die aan de sollicitant heeft. Rolf van der Velden (Emeritus hoogleraar bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van Maastricht University) waarschuwde hier onder andere in 2018 voor in het Financieel Dagblad:
‘Mensen breed opleiden is echt fout, want dan kunnen ze niets. Mbo-studenten concurreren bijvoorbeeld met havisten, vwo’ers en mensen die met hun studie zijn gestopt. Het voordeel van mbo’ers is dat ze een vak hebben geleerd. Je laat je auto niet door een havist repareren. Met een algemene opleiding verliezen ze deze voorsprong.’
En in 2019 zei hij in een interview voor de website Sociale Vraagstukken:
‘Maar het beroepsonderwijs is, mede door veralgemenisering, weggedreven van de oorspronkelijke sterke kracht van het beroepsonderwijs: dat vakmanschap. Eigenlijk moeten we terug naar de roots.’
Vaardigheden zijn natuurlijk wel belangrijk, maar ze kunnen niet los worden gezien van kennis. Ewoud Jansen onderbouwt dat in een goed betoog op Science Guide.
‘Juist vaardigheden zoals kritisch denkvermogen en analytisch redeneren worden ontwikkeld door gerichte en intensieve studie van diverse vakken; economie, bijvoorbeeld. Met het bestuderen van zo’n vak en de bijbehorende modellen leert een student de relaties tussen verschillende variabelen begrijpen. Dat verbetert tevens het vermogen om analytisch te redeneren.’
Het zijn niet alleen de Filip Dochy’s die een verdienmodel hebben gemaakt van het nieuwe leren. Maar in 2016 kwam een vertegenwoordiger tot inkeer. Jonas Linderoth, hoogelaar onderwijs aan de Universiteit van Göteborg bood in een Zweedse krant zijn excuses aan voor wat hij het onderwijs in de twintig jaar daarvoor had aangedaan.
‘Vandaag huiver ik door het hele lichaam van schaamte als ik nadenk over de simplistische en populistische boodschap die ik overgebracht.’
De realiteit is allang dat onderwijs niet meer alleen uit frontaal klassikaal onderwijs bestaat waarbij een docent zendt. Maar bestuurders en onderwijskundigen framen doorlopend dat dit wel zo is, om daarmee docenten – dé onderwijsprofessionals bij uitstek – met een meer kritische, genuanceerde of realistische blik weg te zetten als vastgeroeste types, niet meer bij de tijd. Daarbij betogen de ‘believers’ dat onderwijs dat gebaseerd is op wetenschappelijke onderbouwingen en ervaringen uit de onderwijspraktijk (evidence informed) ook maar een mening is waarover wetenschappers van mening verschillen. Zij geloven in het nieuwe leren. In die zin doen onderwijsbestuurders en het onderwijsvernielingsleger niet anders dan degenen die geloven dat de mens niet hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de (versnelde) opwarming van de aarde.
Geloven doe je maar in de kerk.