De NOS schrijft dinsdag 7 februari over de legalisering van de illegale Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden door het Israëlische parlement, de Knesset.
Volgens de NOS zou de oppositie hebben gezegd dat sprake is van annexatie van Palestijnse gebieden en dat het nu een zaak zou zijn voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. De Volkskrant is wat voorzichtiger en schrijft dat critici willen onderzoeken of Israël voor het Internationaal Strafhof kan worden gebracht.
In tijden van alternatief nieuws en alternatieve feiten, had de NOS er verstandig aan gedaan om bij een internationaalrechtelijk deskundige na te vragen of dit wel klopt. Dan had de NOS geweten dat dit onjuist is en daarmee had de NOS zin en onzin kunnen scheiden.
In het internationale recht kunnen staten in beginsel alleen door verdragen worden gebonden als zij hun instemming hebben gegeven om er door gebonden te willen worden. Dat heeft Israël nooit gedaan. Israël was weliswaar medeondertekenaar van het het Statuut tot oprichting van het Internationaal Strafhof, maar het heeft dit nooit bekrachtigd. Integendeel, Israël heeft de VN in 2002 bericht dat het niet aan het verdrag wil worden gebonden. Israëlische burgers kunnen dus in beginsel niet door het Internationaal Strafhof worden vervolgd voor de internationale misdrijven waarover het Strafhof bevoegd is om rechtsmacht uit te oefenen. De staat zelf kan sowieso niet worden vervolgd door het Internationaal Strafhof. Dat spreekt alleen recht over natuurlijke personen.
De Palestijnse Autoriteit is sinds 2015 wel partij bij het International Strafhof. Het internationale misdrijf heeft mogelijk plaatsgevonden op het grondgebied van de Palestijnse Autoriteit. Kan het Internationaal Strafhof dan toch tot vervolging overgaan? Nee, de verdachten hebben immers de Israëlische nationaliteit en Israël is geen partij bij het Strafhof en zal de rechtsmacht ervan in dit niet geval aanvaarden.
De enige kans dat Israëlische burgers toch worden vervolgd door de aanklager bij het Internationaal Strafhof is als de VN-Veiligheidsraad naar aanleiding van een resolutie aangifte doet bij de aanklager als een van de in het Statuut opgenomen misdrijven lijkt te zijn begaan. Het is zeer onwaarschijnlijk dat dit besluit er komt. In ieder geval de VS zullen als een van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad hoogstwaarschijnlijk gebruik maken van hun vetorecht om dit tegen te houden.
Wordt dan misschien het Internationaal Gerechtshof in Den Haag bedoeld? Dat gerecht spreekt recht over conflicten tussen staten onderling. De Palestijnse Autoriteit is echter geen lid van de VN en kan als zodanig ook geen partij zijn in zaken voor het Internationaal Gerechtshof. Israël zelf liet via zijn toenmalige VN-ambassadeur Benjamin Netanyahu de VN in 1985 weten, de eerdere aanvaarding van de rechtsmacht van het Internationaal Gerechtshof in te trekken.
De enige optie die overblijft, is dat de Algemene Vergadering van de VN het Internationaal Gerechtshof verzoekt om een juridisch advies uit te brengen in deze kwestie. Maar ook als dat gebeurt, is dit advies geen bindende uitspraak.
Kortom, er valt veel te zeggen over deze beslissing van het Israëlische parlement, maar de kans dat het Internationaal Strafhof zich over deze kwestie zal buigen is nihil. Na een specialist hierover te hebben bevraagd, had de NOS dit al met een korte zin als “internationaalrechtelijke deskundigen menen dat dit niet mogelijk is”, kunnen duiden.