Detentie van vreemdelingen ís de regel

Door suïcide te plegen in een Nederlands detentiecentrum, heeft de Russische asielzoekende Aleksandr Dolmatov de harde praktijk van de Nederlandse vreemdelingenbewaring weer in de spotlights gezet. Als ergens inderdaad sprake is van schijnende omstandigheden, is het wel in de detentiecentra waar uitgeprocedeerde vreemdelingen worden “bewaard” (een eufemisme dat erop moet wijzen, dat zij geen straf uitzitten, maar “ter fine van uitzetting” worden ingesloten, zodat zij niet kunnen onderduiken).

De bedoeling van vreemdelingenbewaring was om het als ultimum remedium te gebruiken als een uitgeprocedeerde of hier illegaal verblijvende vreemdeling niet mee zou werken aan zijn uitzetting. Pas als andere middelen niet zouden (kunnen) slagen, zou iemand in bewaring worden gesteld. Al snel werd deze uitzondering de regel en dit vormde een belangrijke oorzaak voor de verwording van de wijze waarop de Nederlandse staat met vreemdelingen (zij die niet de Nederlandse nationaliteit hebben) omgaat.

In mijn tijd als asieljurist en advocaat in vreemdelingenzaken heb ik tientallen vreemdelingen bijgestaan die in bewaring waren gesteld. Het gros van hen voldeed niet aan het beeld dat de gemiddelde burger van hen zal hebben. Zij waren niet bewust illegaal naar Nederland gereisd om hier illegaal te gaan werken of een asielaanvraag in te dienen. Zij hadden al in een andere EU-land asiel aangevraagd of anderszins verblijf gevraagd en waren in afwachting van een beslissing op die aanvraag. Velen verkeerden in de veronderstelling dat zij vrij konden reizen, want dat was toch wat dat “Schengen” inhield, als je legaal op het grondgebied van een Schengenland verbleef en dat waren Frankrijk, België en Nederland toch ook. En op het pasje dat de mensen kregen stond wel dat ze niet mochten werken, maar niet dat ze niet mochten reizen naar het buitenland.

De Koninklijke Marechaussee (KMar) en de vreemdelingendienst van de politie konden de vreemdelingenbewaring misbruiken om hun cijfers op te krikken. Treinen, bussen en auto’s bij binnenkomst in Nederland controleren, want uit ervaring wist de KMar dat veel illegalen bij grensovergangen binnenkwamen (dit is geen grap, zo motiveerde de KMar de reden waarom zij op station Roosendaal of bij grensovergang Hazeldonk identiteitscontroles hield). En omdat de illegale vreemdelingen in die bussen en treinen vaak in een Franse of Belgische procedure zaten konden die meestal ook succesvol worden uitgezet. Dat doet het toch lekker in de statistieken. Jammer voor de vreemdeling, dat die uitzetting om bureaucratische redenen vaak twee tot vier maanden duurde. Maar goed, dan hadden ze maar niet illegaal naar Nederland moeten.

Een Rwandese man die in Frankrijk asiel had aangevraagd, een positieve beslissing had gekregen, maar nog geen verblijfsdocument. Die reisde naar Nederland om van contactpersonen hier informatie te verkrijgen over zijn in Rwanda verdwenen dochtertje. Daar heeft hij ruim drie maanden in een Nederlandse cel over mogen nadenken. De eerste maand kreeg hij al cadeau, daarna bleek Nederland het verzoek om overname door de Franse staat naar het verkeerde adres te hebben gestuurd, hetgeen de rechter geen aanleiding vond om de bewaring op te heffen. Evenmin de oproepen die de man van de Franse staat ontving om zijn verblijfsdocument af te halen en om op een afspraak met het arbeidsbureau te verdwijnen. Want hij zou weleens kunnen onderduiken als hij werd vrijgelaten. Ruim drie maanden onnodig gescheiden van (zwangere) vrouw en kinderen.

Of de Congolese dame die met haar man vlak voor kerstmis naar Rotterdam reisde om een kerstviering met geloofsgenoten bij te wonen. Zij had haar pasje ook nog niet ontvangen en ja, ook al kon haar man wel zijn legale verblijfsstatus in Frankrijk aantonen, zij mocht toch de cel in, zodat voorkomen werd dat zij zich aan uitzetting naar Frankrijk zou onttrekken. Mevrouw had overigens aantoonbare hartklachten, zoals bleek uit de medische informatie die haar arts toestuurde. Maar ook dat was geen reden voor Nederland om haar bewaring op te heffen. Toen Frankrijk zich eindelijk akkoord had verklaard en er een vlucht was geregeld, kon die niet doorgaan, omdat een Nederlandse arts constateerde dat zij hartklachten had. Waarmee ze dus wel kon vliegen, zoals bleek uit de al eerder overgelegde medische verklaringen. Mevrouw verbleef uiteindelijk 2,5 maand in een Nederlandse cel.

Dan was er ook een jongedame uit Moldavië. Haar oudere zus was als slachtoffer van mensenhandel naar Nederland gebracht en gedwongen in de prostitutie te werken. Zij kon ontsnappen, deed aangifte, twee mannen werden veroordeeld, één ontsnapte en de Nederlandse recherche nam veiligheidshalve geen contact op met de Moldavische autoriteiten vanwege hun betrokkenheid bij mensenhandel en het feit dat een oom van de gevluchte (en later weer opgepakte) vrouwenhandelaar een Moldavische commissaris van politie was. Het slachtoffer mocht tijdelijk in Nederland blijven, maar zou pas na drie jaar horen of ze hier voorgoed mocht blijven (en werd door mij bijgestaan in die procedure). Ondertussen werd de jongere zus in Moldavië als waarschuwing door de bende verkracht. Zij reisde in het kader van familiebezoek naar Nederland, durfde met niemand over het voorval te praten en zo wisten beide zussen niet precies wat ieder van hen was overkomen. De schaamte was te groot. Het visum van de jongere zus verliep, de vreemdelingendienst kwam langs, stelde haar in bewaring en het toeval wil dat ik toen piketdienst had. Met behulp van uitstekende medewerkers van het prostitutieteam van de politieteam kwam haar verhaal boven water. Ondertussen wachtte de oudere zus al een jaar op een beslissing van de minister op haar aanvraag om hier ook na drie jaar te mogen blijven. Dan laat de IND de jongere zus wel vrij zou je denken, maar nee hoor, er was een rechter voor nodig om de IND aan het verstand te brengen dat het met dergelijke sterke bewijsstukken logisch was dat de jongere zus haar inmiddels ingediende verzoek om in Nederland te mogen blijven in vrijheid zou mogen afwachten. Ondertussen zat zij ruim een maand in detentie. Inclusief reorganisaties, overdracht van dossiers en gedwongen overbodige procedures duurde het nog een jaar voor de oudere zus een positieve beslissing kreeg en bijna een jaar langer voordat ook de jongere zus die kreeg.

De16-jarige Algerijnse jongen uit België die met zijn oudere vriendjes was meegereisd naar Nederland, mocht ondanks tussenkomst van de Algerijnse ambassade bijna een maand in een Nederlandse cel doorbrengen, voordat hij terug naar België mocht om zijn inmiddels verleende Belgische verblijfsvergunning in ontvangst te nemen.

Slechts enkele voorbeelden van vele. In de loop der jaren heeft de Nederlandse staat heel wat nationale en internationale kritiek van officiële instanties ondergaan, zonder daaruit lering te willen trekken. Schaamteloos wordt volstaan met de mededeling dat die instanties het niet goed begrepen hebben. De brand in het onveilige cellencomplex Schiphol was een schrijnend voorbeeld van de manier waarop de Nederlandse staat met vreemdelingen omgaat. En desondanks bleef Nederland volharden in mensonterende detentiecentra als de detentieboot in Rotterdam waar ikzelf claustrofobisch werd toen ik door de uiterst smalle en lange gangen wandelde en de krappe meermanscellen bezocht.

Nu heeft er weer een vreemdeling suïcide gepleegd in een Nederlandse cel. En mag het debat niet over het vreemdelingen(detentie)beleid gaan, maar alleen over de uitvoering ervan in dit geval. Terwijl Aleksandr Dolmatov slechts een symptoom is van dit inhumane beleid. “De persoon van de mens”, zoals Teeven dat plastisch verwoordde, heeft de Nederlandse staat met zijn vreemdelingenbeleid en in het bijzonder het detentiebeleid, allang uit het oog verloren.

Plaats een reactie