“Het belang van slachtoffers moet zwaarder wegen bij de beslissing of daders van een misdrijf de samenleving in mogen om te resocialiseren.” Volgens Elsevier zei staatsscretaris Teeven van Veiligheid en Justitie dit naar aanleiding van reacties van op de vervroegde vrijlating van de dader die cabaratière Floor van der Wal doodreed.
Recent stuurde de staatssecretaris het wetsvoorstel “Uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het strafproces” naar de Tweede Kamer. En ook eerder liet Teeven blijken dat de slachtoffers van misdrijven hem aan het hart gaan. Een monument voor geweldsslachtoffers moet daarvan blijk geven. Nu is daar op zichzelf niets mis mee, mededogen en een luisterend oor voor slachtoffers. Een element van de straf is immers ook de genoegdoening voor het slachtoffer van een misdrijf of diens nabestaanden. Anders wordt het wanneer een staatssecretaris ad hoc reageert op begrijpelijke uitlatingen van nabestaanden en op grond daarvan ons straf(proces)recht wil aanpassen. Het past een bestuurder na te denken alvorens te roepen dat wetgeving moet worden aangepast. Want hoe begrijpelijk de reactie van de ouders ook is, en hoezeer ook leedtoevoeging onderdeel uitmaakt van de straf, ons strafrechtssysteem is niet bedoeld om de slachtoffers een rol te spelen, maar voor waarheidsvinding en in het verlengde daarvan het opsporen, vervolgen en straffen van daders.
De open brief die journalist Tim Overdiek schreef naar aanleiding van de vele reacties op de vervroegde vrijlating van de man die Floor van der Wal, toont dat ook een andere benadering mogelijk is. Het kan geen kwaad als de staatssecretaris ook hiervan kennis neemt. Een staat die veroordeelden pas vrijlaat als slachtoffers daaraan toe zijn, ondermijn de rechtsstaat, want hiermee wordt de willekeur binnen ons rechtssysteem gebracht. De “rule of law” en de onafhankelijke rechter zijn er juist voor om die willekeur te voorkomen en burgers te beschermen.