Zoals massa-immigratie de schuld is van links, is dat ook met het falende onderwijs het geval. Dat niet “links” aan de wieg van de immigratie van niet-westerse vreemdelingen stond weten we al. Het CDA (incl. de voorlopers KVP, CHU en ARP) en de VVD waren verreweg de meeste tijd aan de macht in Nederland. PvdA en D66 volgen op ruime afstand. Flip Vandyke betoogde dit uitvoerig in “De Massa-immigratie. Allemaal de Schuld van Links. Toch? ” en “Deel II”.
Dezelfde dooddoener wordt al jaren losgelaten op de (vermeende) teloorgang van het onderwijs. Maar toen de Eerste Kamer in 1963 de nu nóg omstreden Mammoetwet (Wet op het voortgezet onderwijs) aannam, was KVP’er Jo Cals toch echt al elf jaar minister van Onderwijs. De wet werd in de jaren ’40 en ’50 zelfs al voorbereid door liberaal Gerrit Bolkestein (ja, de opa van Frits Bolkestein) en KVP’er Theo Rutten. Tussen 1963 en nu leverde de PvdA drie ministers van Onderwijs: Jos van Kemenade, Jo Ritzen (voerde de prestatiebeurs in) en Ronald Plasterk.
Met Arie Pais en Loek Hermans waren er slechts twee VVD’ers verantwoordelijk voor het Nederlandse onderwijs, maar zij waren wel invloedrijk. Onder Pais werd de Wet tweefasenstructuur wetenschappelijk onderwijs aangenomen, die tussen 1982 en 2002 van kracht was. Deze bracht onderscheid aan tussen de (basis)doctoraalfase en de onderzoeksfase en werd in 2002 vervangen door het bachelor-masterstelsel, dat werd ingevoerd leiding van… minister Loek Hermans. Loek Hermans, Eerste-Kamerlid dat nevenfuncties verzamelt zoals anderen postzegels. Met name goedbetaalde commissariaten en lidmaatschappen van raden van toezicht. Als minister van Onderwijs ijverde Hermans voor terugdringing van de rol van de overheid. Meer marktwerking, meer fusies en minder regels. Hermans kreeg zijn zin. De HBO-instellingen fuseerden massaal tot de mega- instellingen die nu zo ter discussie staan. Al in 1983 vond CDA-minister Deetman dat scholen moesten fuseren om efficiënter te functioneren. Resultaat? Studenten die aan hun lot werden overgelaten volledig zelfredzaam moesten zijn, docenten die steeds slechter werden betaald en steeds vaker tijdelijke contracten kregen, een enorme toename van het aantal managers en daarmee van de overheadkosten én de entree van het in bedrijfsleven zo gebruikelijke procesmanagement. In een sector waar de (overdracht van) kennis centraal hoort te staan, werd het proces bepalend en moest docenten en studenten zich aanpassen aan het proces in plaats van omgekeerd. De hoeveelheid extra taken van de moderne HBO-docent is groot, hetgeen ten koste gaat van het ontwikkelen en het geven van goed onderwijs. In plaats van een afweging tussen kwaliteit en kwantiteit gaf efficiëntie de doorslag. En omdat de overheid moest worden teruggedrongen werd ook het toezicht teruggedrongen. Want als je zoveel nevenfuncties hebt als Loek Hermans of als voormalig lid van de Raad van Toezicht van Inholland Dineke Mulock Houwer, is het moeilijk echt toezicht te houden. Doekle Terpstra constateert als bestuursvoorzitter van Inholland inmiddels ook dat de aandacht bij de grote hogescholen wel heel erg naar bedrijfsvoeringsprocessen was verschoven.
Het onderwijs dat de student krijgt moet weer bepalend zijn en de docent heeft daarin een centrale rol. Dat de processen op orde zijn is een randvoorwaarde en geen doel meer op zich. Het doel moet zijn: goed onderwijs bieden en goede studenten afleveren aan de samenleving. Wat minder markt in het onderwijs, meer aandacht voor de inhoud en kennisoverdracht. Processen en managers ondersteunen dat. Daarbij moeten we niet doen of het op elke opleiding ontbrak aan kwaliteit. Maar (alleen) wijzen naar links of het onderwijs getuigt van een blinde vlek.
Oh ja. Is het nu typisch links of typisch rechts om de ander de schuld te geven voor gevolgen waarvoor jezelf (mede)verantwoordelijk bent?