R2P of de verantwoordelijkheid om te beschermen

“Waarom Libië wel en Tibet niet?” vraagt Willem Bossema zich af in zijn column in de Volkskrant van woensdag 25 mei jl. Hij verwijst daarbij naar de Britse historicus Mark Mazower in The Guardian. “Hebben sommige wereldburgers misschien meer recht op bescherming door de ‘internationale gemeenschap’ hebben dan andere?” aldus Bossema.

Tijdens de World Summit van 14 tot 16 september 2005 namen de Verenigde Naties een doctrine aan die Responsibilty to Protect (populair als R2P afgekort) werd genoemd: de verantwoordelijkheid om te beschermen. Kern was dat staten zich niet langer achter hun soevereiniteit konden verschuilen als zij grove mensenrechtenschendingen plegen tegen hun eigen bevolking. Soevereiniteit betekent niet dat de staat kan doen met zijn eigen bevolking wat hem goed dunkt, maar dat de staat zijn eigen bevolking beschermt. Wanneer een bevolking ernstig kwaad wordt aangedaan en de staat wil of kan die bevolking niet beschermen dan moet de internationale gemeenschap de bevolking beschermen. De basis voor R2P werd gelegd in een rapport van de International Commission on Intervention and State Sovereignty (ICISS) in 2001. Dit rapport legde ook de basis voor mogelijk militair ingrijpen.

Militair ingrijpen (op grond van R2P) kan alleen met toestemming van de Veiligheidsraad. Toen in 1945 de Verenigde Naties (VN) werden opgericht, werd de handhaving van de vrede en veiligheid (hoofddoelstelling van de VN) onder verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad gebracht.  Daarvoor kreeg de Veiligheidsraad vergaande bevoegdheden. De Veiligheidsraad stelt vast of sprake is van een bedreiging van de internationale vrede, bedreiging van de vrede of daad van agressie en kan besluiten of geweldloze maatregelen worden ingezet om hieraan een einde te maken. Werken de geweldloze maatregelen niet, dan kan de Veiligheidsraad besluiten dat hiertegen met geweld mag worden opgetreden en machtigt hiertoe lidstaten. Deze oordeelde naar aanleiding van aanvallen van Kadhafi op de Libische burgers en diens opmerkingen dat hij Libië huis voor huis zou schoonvegen dat dit noodzakelijk was.

Waarom wordt dan ook niet ingegrepen in bijvoorbeeld Syrië? Bossema meent dat Obama de niet-westerse wereld ervan moet overtuigen dat niet vanwege olie in Libië wordt ingegrepen, maar omdat het een morele plicht is. Naar de VS wijzen, omdat de Syriërs mogelijk aan hun lot worden overgelaten miskent de werkelijkheid. Rusland en China, twee van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, hebben gedreigd van hun vetorecht gebruik te maken als een resolutie om Syrië te veroordelen voor het geweld tegen de eigen bevolking in stemming wordt gebracht. Rusland meent dat de internationale vrede en veiligheid niet worden bedreigd door de gebeurtenissen in Syrië. Rusland en China hebben zich op 26 februari 2011 schoorvoetend onthouding van stemming toen Libië eerst werd veroordeeld voor het geweld dat tegen de eigen bevolking werd aangewend en waartegen geweldloze maatregelen werden ingezet (resolutie 1970) en op 17 maart 2011 toen de Veiligheidsraad lidstaten machtigde om all necessary measures te gebruiken om de bescherming van burgers en het vliegverbod te handhaven (resolutie 1973). China en Rusland maakten met name geen gebruik van hun vetorecht, omdat het verzoek tot optreden uit de Arabische wereld zelf kwam. De Arabische Liga riep op tot een vliegverbod. China en Rusland zijn inmiddels al veel minder in hun sas met de ontwikkelingen in Libië, ook omdat beide staten zelf met opstandige burgers te maken hebben.

Alvorens over te gaan tot (militair) ingrijpen moeten de belangen goed worden afgewogen. Olie maakt daar ook deel van uit (in de NRC van 18 mei jl. schreef Koert Lindijer over de toegenomen honger in Afrika, mede als gevolg van de gestegen olieprijzen door de Arabische onrust). Ik ben het met Mazower eens dat R2P moet verworden tot een (standaard) militaire optie. De Veiligheidsraad moet geweld tegengaan en niet lichtvaardig overgaan tot geweld (dit verlangt het Handvest), ook niet als een bevolking moet worden beschermd. Wat daarbij kan helpen is wanneer de internationale gemeenschap niet overgaat tot steun aan repressieve (en gewelddadige) regimes als die van Kadhafi en Assad uit eigen belang. In dat kader geeft het hoop dat Obama in zijn toespraak tot het Britse House of Parliaments zei dat onderdrukking  valse stabiliteit  geeft. Bossema’s opmerking dat hooguit op twee plekken in de wereld tegelijk kan worden opgetreden (waardoor niet optreden elders onrechtvaardig zou zijn) mag op zich geen reden zijn burgers niet te beschermen tegen een overheid die hun kwaad doet.

En waarom Tibet niet? China heeft als een van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad het vetorecht en zal nooit met een veroordeling van zichzelf akkoord gaan.

Plaats een reactie