De eerste zondag van april, Pasen of niet, in Vlaanderen is er maar één hoogmis, dé Ronde.
Waar ik al jaren geleden van mijn (katholieke) geloof ben afgevallen, hebben dopingschandalen noch gebrek aan Nederlands succes mij van mijn wielergeloof kunnen afbrengen. Dit jaar waren we er sinds 2002 voor de achtste keer bij. Oude Kwaremont, Patersberg, Koppenberg, Taaienberg en Berendries zijn pleisterplaatsen van de calvarie van het wielergeloof. Hedendaagse voorgangers luisteren naar namen als Juan-Antonio Flecha, Tom Boonen, Lars Boom, Lance Armstrong en Fabian Cancellara.
Dit jaar geen overnachting, maar een dag op en neer naar de Vlaamse Ardennen. Start van de vrouwenronde gemist, maar wel in Oudenaarde begonnen in de kathedraal van de Ronde, het Centrum Ronde van Vlaanderen. Daar een trui als relikwie aangeschaft en bij de betaling een bisschop van het wielrennen ontmoet: Freddy Maertens. Ooit veelwinnaar, al kon hij de Ronde nooit op zijn palmares bijschrijven. Aan lager wal geraakt door onder meer alcoholverslaving en belastingschulden, uit de goot gehaald en nu als levende legende aanwezig in het Centrum. Hij loopt daar rond, zet bidons in de schappen van de museumshop en gaat op de foto met fans. “Meneer Maertens, zou u met mij op de foto willen?” “Natuurlijk.”
In Nederland zou hij op zijn best in de vergetelheid zijn geraakt, zo niet in Vlaanderen.
Daarna in de kroeg naast het museum koffie gedronken en met de kroegbaas vervolgens het koffiedik bekeken. “Wie denkt u dat er wint vandaag?” “Lars Boom zou wel een mooie verrassing zijn.” “Ik denk Stijn Devolder.” “Ik denk Fabian Cancellara.” “Mooi hè, kunnen we vanavond bespreken waarom het toch anders liep.” Daarna aangesproken door oude man met stropdas die ons naar aanleiding van oude beelden van Briek Schotte een verfomfaaid bidprentje toonde dat in zijn portemonnee zat. In schier onverstaanbaar Vlaams legde hij uit dat deze oer-Flandrien zes jaar geleden was overleden en dat Frankie hem mede ten grave had gedragen. Daar staat het: “overleden op 4 april 2004 tijdens de Ronde van Vlaanderen”. De ogen van de man zijn vochtig. Hij schudt ons de hand ten afscheid en noemt Frankie nog even, VDB natuurlijk, inmiddels ook al jammerlijk overleden.
Volgende stop is aan de voet van de Oude Kwaremont. Waar mijn vrouw meteen de kroeg ingaat, moet ik eerst nog “even” naar boven fietsen. Publiek juicht me luidkeels toe, als ware ik een kampioen. Een jongen rent voor me uit met een opengeslagen Playboy die hij voor me houdt, ondertussen wijzend naar de blote tieten en schreeuwend “Allez, komaan, ge kunt het.” Heel even waan ik mij een Flandrien.
Daarna terug naar de “kerk”, het gelegenheidscafé van Annie Vermeulen en haar man. Een voormalige koeienstal met potkachel wordt twee dagen per jaar het mooiste café ter wereld voor wielerliefhebbers. Twee jaar geleden voor het laatst geweest, maar bij binnenkomst horen: “Zijt ge d’r ook weer.” “Mooie trui; die van mij was echt van Lance Armstrong.” De dag is nog lang, we moeten nog veel fietsen, dus nu nog geen Oude Kwaremont bruin, een lokaal recent bier met klassieke smaak. De koplopers zijn in aantocht, dus naar buiten de “berg” op. In blijde verwachting op wat komen gaat, ons weer verbazen over het fanatisme van de Vlaamse supporters en de kratten bier die naar boven worden gesjouwd door paashazen. Na de koplopers het eerste peloton. Speuren naar bekende gezichten. “Heb jij Lance gezien?”
Daarna terug naar de auto fietsen, doorrijden naar Brakel en op de fiets verder naar de Berendries. Radiootje en helikopter vertellen ons dat de renners in aantocht zijn. Boonen en Cancellara hebben zich afgescheiden van de kopgroep en nemen snel afstand. Nadat het pak is gepasseerd en ook de karavaan, volgt een snelle afdaling naar Michelbeke om in café ’t Bierpotje
de finale van de koers op tv te volgen. Mensen staan in de deuropening om de koers te volgen. De stomdronken gasten gaan buiten lucht happen en zo kunnen we naar binnen doorschuiven en met een pintje in de hand zien dat Cancellara op De Muur van Boonen wegrijdt. Op een onverstaanbaar vloekend oud vrouwtje na kan iedereen er mee leven. In een één tegen één duel is de Zwitserse tijdrijder de allerbeste. Applaus als hij de finish passeert. Veel volk verlaat dan de kroeg. Een oude man stelt mij een vraag die ik niet versta en herhaalt die een paar keer. Als ik “Brakel” antwoord, is hij tevreden. Dan zelf op de fiets en via de kortste weg terug naar de auto, over de Berendries. Veel te gehard gestart lopen m´n benen snel vol (ook met bier). Hijgend kom ik boven. Weer een bergje uit de Ronde overwonnen. Ooit nog een keer allemaal achter elkaar op dezelfde dag.
Op de terugweg leggen we in Oudenaarde aan bij de brasserie van het Centrum Ronde van Vlaanderen. Bijna alles op de menukaart blijkt op. Dat geeft niets, want in een vispotje Museeuw had ik toch geen zin. Was nooit fan van de man. Lasagne al Bugno had ik best gewild, maar we gaan nu voor de spaghetti Boononaise. En omgeven door oude foto’s, koerstruien, fietsen en drinkbussen
en met de blik op een grote flatscreen met daarop de Sporzadocumentairereeks “De Fladriens” smaakt Tommeke’s pasta goed. Na toetje en koffie terug naar Nederland. Volgend jaar weer naar de Ronde en dan ruim van tevoren een hotelboeken.
“Vlaanderen boven.” Tijdens de Ronde dan toch.



